Hoe werkt het

De theorie-examens 1 tot en met 10 bestaan uit 25 gevaarherkenningsvragen, 30 regel- en kennisvragen en 10 inzichtsvragen. Examen 11 bestaat uit 50 vragen over verkeersborden.

Bij de vragen over gevaarherkenning ziet u de foto vanuit de auto, dus door de voorruit. Er wordt bij deze vragen geen vraag voorgelezen want iedere vraag is hetzelfde namelijk "WAT DOET U IN DEZE SITUATIE?". U krijgt 8 seconden de tijd om een antwoord te geven en u heeft de keuze uit:

A. Remmen      B. Gas los laten     C. Niets

A. Remmen betekent dat u in een situatie rijdt waarbij u krachtig moet remmen om een ongeluk te voorkomen, desnoods stoppen.

B. Gas los laten betekent dat u in een situatie rijdt dat u er bedacht op moet zijn dat er iets zou kunnen gebeuren. Gewoon uw voet van de gas af om als er iets gebeurt u kan remmen. Dit betekent dus niet dat u snelheid mindert.

C. Niets betekent dat er niets aan de hand is en u gewoon uw weg kan vervolgen.

 

Bij de regel- en kennisvragen rijdt u in een zwarte VW Golf.